2.1.1 Domein van de richtlijnen: preventie van chronische ziekten

De Richtlijnen goede voeding zijn gericht op preventie van chronische ziekten in
de algemene bevolking. De richtlijnen beschrijven het voedingspatroon en het
niveau van lichaamsbeweging waarmee in Nederland gezondheidswinst
geboekt kan worden.

De beschrijving van de stand van wetenschap in dit
advies is gebaseerd op de internationale wetenschappelijke literatuur. Toch zijn
de Richtlijnen goede voeding land-specifiek en is dit advies dus gericht op de
Nederlandse situatie. De belangrijkste reden voor verschillen in richtlijnen
tussen westerse landen zijn de verschillen in voedingspatronen. De mate
waarin de gemiddelde consumptie van een voedingsstof of
voedingsmiddelen(groep) afwijkt van het optimale consumptieniveau bepaalt
welke gezondheidswinst via een verandering van de inname geboekt kan
worden. Zo is voorlichting over de optimale consumptie van groenten en fruit
minder belangrijk in landen waar al voldoende groenten en fruit op het menu
staan.

Een andere reden waardoor voedingsrichtlijnen tussen landen kunnen
verschillen, is door verschillen in het vóórkomen van chronische ziekten en
risicofactoren daarvan. Een voorbeeld: door de hoge prevalentie van
overgewicht en obesitas in de Verenigde Staten ligt in de Amerikaanse voedingsrichtlijnen
relatief veel nadruk op de preventie van obesitas en op de gezondheidswinst die mensen
met overgewicht via de voeding kunnen boeken.

Ziektebeeldspecifieke richtlijnen vallen buiten het domein van dit advies
Hoewel de Richtlijnen goede voeding gericht zijn op de algemene bevolking,
zijn ze ook van belang voor veel patiëntgroepen. Sommige patiëntgroepen
hebben echter specifieke voedingsrichtlijnen nodig. Dergelijke
ziektebeeldspecifieke voedingsrichtlijnen komen niet aan de orde in dit advies;
die vallen onder de verantwoordelijkheid van de medische beroepsgroepen.


De voeding van kinderen tot 1 jaar valt buiten het domein van dit advies
In principe acht de commissie de richtlijnen van toepassing vanaf de leeftijd van
1 jaar, al is het type onderzoek dat aan de basis ligt van dit advies weinig bij
kinderen uitgevoerd. Kinderen tot 1 jaar vallen buiten de reikwijdte van dit
advies.

JGZ heeft deze belangrijke taak in de universele en individuele preventieve voorlichting, 
het beantwoorden van vragen van ouders met betrekking tot voeding en eetgedrag van
hun kind tot 1 jaar en het begeleiden en versterken van de competentie van ouders (empowerment). 

Wat betref de richtlijnen gezonde voeding komen weliswaar steeds meer aanwijzingen dat voeding al voor de
geboorte en op zuigelingen- en peuterleeftijd effect heeft op de gezondheid,
inclusief uitkomstmaten waar het in dit advies over gaat, maar de voeding van
zuigelingen/kind tot 1 jaar wijkt wezenlijk af van die van oudere kinderen en
volwassenen.

Alles voor professionals Kindervoeding 0-4 jaar
Als professional krijg je vragen van ouders. Bijvoorbeeld over borstvoeding, flesvoeding of de eerste hapjes.
Op deze plek vind je de belangrijkste informatie en gratis materialen zoals folders, toolkits en e-learnings.

Handig als achtergrondinformatie en om mee te geven.