7.1.2 Gezinstypen

Geen gezin is hetzelfde. Zelfs niet als er opgevoed wordt met eenzelfde opvoedstijl.
Van elke soort zijn er voor en nadelen. Hieronder worden ze samengevat als leidraad om herkenning te ontwikkelen tijdens jouw contact met de gezinnen.

Loszandgezin
De mensen in dit gezin doen allemaal hun eigen ding en dit het liefst zelfstandig. Er gebeurt zodanig veel zelfstandig dat dit ten kosten gaat van gezinsrelatie. Jongeren kinderen zijn hier de dupe van zijn door het tijdsgebrek aan liefde en intimiteit. Ook is er binnen deze manier van het gezinsleven geen steun en sturing in het leren omgaan, uiten of bedwingen van emoties.
Op latere leeftijd en/of op school kunnen er conflicten ontstaan omdat kinderen niet zijn gewend zich aan regels te houden, of om dingen te delen met elkaar.

Kenmerken van dit gezin zijn:
Het kind zal snel belangrijke beslissingen moeten gaan nemen voor zichzelf wat dwingt om snel op te groeien. Basisveiligheid ontbreekt.
Het kind zal zich vaak eenzaam voelen door het gebrek aan mensen om hem heen.
Een kind kan zich vastklampen aan een ander gezin of persoon waar meer aandacht is voor elkaar.
Het kind kan zich grenzeloos kwetsbaar opstellen tegenover anderen, wat zou kunnen leiden tot misbruik.
Het kind heeft geen identificatiefiguur of voorbeeld en zal hierdoor de eenvoudigste gewoontes niet tot zich kunnen nemen.


Kluwengezin
Het gezin is heel hecht met elkaar. Ze willen bij elkaar horen en anderen laten zien dat ze samen zijn. Dit kan een positief en een negatief effect hebben. Alle mensen zijn anders en het is ook de taak van het gezin om dat onderwerp goed te laten doordringen. Door zo veel samen te zijn zullen kinderen leren dat je altijd bij elkaar moet zijn maar ook dat je dezelfde meningen en dezelfde kijk moet hebben op dingen. Zo zullen kinderen het lastig vinden en achterstand ontwikkelen om hun eigen meningen te uiten en zichzelf te zijn. Dit type gezin kan een druk geven op het kind en het kind onzeker maken over het eigen kunnen. Het kind zal het moeilijk vinden om te accepteren dat niet iedereen hetzelfde is.

Op school zal het kind ook lastig vinden om aansluiting te vinden omdat alle kinderen anders zijn en dit kan ze afschrikken.

Kenmerken van dit gezin zijn:
Het gezin is zeer betrokken met elkaar.
Het gezin isoleert zich van de buitenwereld
Gehoorzaamheid is een belangrijk opvoedingsdoel van de ouders
Het kind wordt belemmerd in zijn zelfstandigheid.
Het kind zal zich schuldig voelen als het een keer voor zichzelf kiest.

Half open/Half gesloten gezin
Dit gezin staat open voor relaties buiten het gezin. Dit kind zal alle vrijheid krijgen om om te gaan met kinderen waarmee het wil omgaan, denk hierbij niet alleen aan vriendinnetjes die blijven spelen maar ook aan het lid worden van verenigingen en sportclubs. Door de invloed vanuit het gezin, maar ook vanuit buitenaf zal het kind flexibel worden in de sociale contacten. Het kind zal zelfverzekerder worden en zich sterk voelen door de motivaties die wordt meegegeven vanuit thuis.

Kenmerken van dit gezin zijn:
Omgaan met leeftijdsgenoten wordt gestimuleerd.
Het kind wordt gestimuleerd om van anderen te leren.
Zelfstandigheid, zelfredzaamheid en zelfvertrouwen wordt gestimuleerd.
Het kind leert open te staan voor nieuwe dingen.
Het gezin stelt zich open voor hulp van buitenaf
Er is ruimte voor beweging maar er worden ook duidelijke grenzen gesteld en aangegeven.