7.1.4 Coaching van het gezin en kind in de leeftijd van 6 tot 12 jaar

Aandachtspunten tijdens de gesprekvoering: 

  • kinderen zijn bijzonder sensitief ingesteld op hun omgeving en begrijpen situaties lang voordat er woorden bij horen. 
  • Afwijken van de norm roept ongemak, onzekerheid of angst op. 
  • Metacommunicatie geeft zekerheid in onzekere situaties. 
  • Communicatie met kinderen vraagt om speelsheid en het loskomen van “ons” vaste patronen. 
  • Via de IK-boodschap kan mens/kind en gedrag losgekoppeld worden. 
  • De leerbereidheid en het leervermogen van kinderen is enorm groot. 
  • Kinderen hebben een goed geheugen. 

De socratische houding van de eetcoach 
 De vraag is niet of kinderen een mening hebben of over informatie beschikken, maar hoe we met kinderen kunnen communiceren om die mening te weten te komen of de informatie te verkrijgen. 

Gespreksvoering tussen kinderen en volwassenen verloopt moeizaam naarmate een volwassene ervan uitgaat dat het kind een onvolwassen onkundige gesprekspartner is.  
Ouder en kind zijn het meest kundig over hun eigen denken en doen. 

De juiste attitude in gesprekvoering is er één van respect voor het kind en bescheidenheid vanuit de volwassene. 

Let op! Bescheidenheid is een volwassen houding en geen  
kleineren, vertroetelen, aai over de bol houding met een stem van 2 octaven hoger.  

Wanneer een gesprek spanning oproept, zullen kinderen de neiging hebben deze spanning weg te laten vloeien door middel van bewegen. 

Communicatievoorwaarden:  
 Ga ( ongeveer) op dezelfde (oog)hoogte zitten als het kind. 

Kijk naar een kind terwijl je spreekt en alterneer het wel en niet maken van oogcontact. 

Stel het kind op zijn of haar gemak.  

Tijdens de eerste opleidingsdag is de goede en slechte eigenschappen van de eetcoach hiervoor behandeld/ besproken. 
 

Luister naar wat een kind zegt en herhaal de tekst om zo te laten blijken dat je het kind hebt gehoord. 

Laat met behulp van voorbeelden zien dat wat het kind zegt, effect heeft. 

Vertel het kind dat het je moet MAG zeggen wat het vindt of wil, omdat je het niet weet als het kind het je niet verteld. Als je het niet vertelt, laat je je invloed/macht varen.  
Voorbeeld: 

Hang de Wik & Weeg poster in het zicht in de praktijk en leg het Wik & Weeg spel in het zicht. 

Probeer spelen en praten te combineren. 

Het Hip & Healthy memory spel 

Signaleer dat het kind afhaakt en breek het gesprek af/ pleeg oversprong gedrag.  

Wanneer je een moeilijk gesprek hebt gehad, zorg dan dat het kind daarna tot zichzelf kan komen. 

Maak gebruik van de Anti-Verveelkast.

Metacommunicatieve elementen: 

  • Maak het doel van het gesprek duidelijk 
  • Laat een kind weten wat je intenties zijn 
  • Laat een kind weten dat je feedback nodig hebt 
  • Laat een kind weten dat het mag zwijgen 
  • Probeer te benoemen wat je voelt en volg wat je voelt 
  • Nodig het kind uit zijn of haar mening over het gesprek te geven 

De wijze waarop de vraag gebracht wordt heeft invloed op echte antwoorden of sociaal wenselijke antwoorden: 

Stel openvragen zonder “waarom” ( tot ong. 11 a 12 jaar) 
Vervangende woorden en/of zinnen voor waarom zijn. Zorg voor vragen die niet rechtstreeks een veroordeling in houden. 

Sommige vragen kunnen ook gesteld worden in een vorm waarbij het niet rechtstreeks over het kind gaat, dit geeft ook meer ruimte.  

De loyaliteit van kinderen ten opzichte van hun ouders, vormt een extra uitdaging in de gesprekvoering met hen.